Vragen en antwoorden

1. Aanvullende informatie?

Geven de antwoorden op deze vragen wat meer duidelijkheid in de Wet WOZ en vooral met betrekking tot de gevolgen voor u? Of heeft u nog andere vragen op dit gebied waarop u nog geen of onvoldoende antwoord heeft? Leg ze gerust aan ons voor. Onze medewerkers zijn van maandag tot en met donderdag van 8.30  tot 17.00 uur en op vrijdag van 8.30 uur tot 12.30 uur te bereiken op het telefoonnummer: 14 0499 (zes cijfers).

1. Aan wie moet ik mijn bezwaar richten?

Een bezwaarschrift moet worden gestuurd aan de WOZ-/ Heffingsambtenaar. Deze heffingsambtenaar is namelijk ook degene aan wie de vaststelling van de WOZ-waarde is opgedragen.

U kunt uw bezwaar dus sturen naar de gemeente Best, t.a.v. de WOZ-/ Heffingsambtenaar, Postbus 50, 5680 AB Best.

2. Door mijn verhuizing heb ik de beschikking nu pas ontvangen. Echter, de bezwaartermijn is voorbij. Wat nu?

Bij een verkeerde adressering die tot gevolg heeft dat de beschikking de belanghebbende niet, of te laat heeft bereikt, gaat de bezwaartermijn in als de beschikking hem wel heeft bereikt. Dit geldt enkel wanneer de belanghebbende hierin niet verwijtbaar is geweest.

3. Ik ben op vakantie geweest. Nu lees ik dat ik binnen 6 weken bezwaar moet maken. Ben ik nu te laat?

Ja. Het bezwaarschrift dient per post te zijn bezorgd binnen zes weken na dagtekening van het aanslag-/beschikkingsbiljet. Overschrijding van de termijn leidt tot niet-ontvankelijkheid. Wanneer sprake is van zeer aantoonbare bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. Bent u langdurig niet in staat om post te ontvangen, dan dient u een zaakwaarnemer aan te wijzen.

4. Ik heb bezwaar gemaakt tegen de WOZ-beschikking. Moet ik de aanslag OZB nu toch al betalen?

De hoofdregel is dat er geen uitstel van betaling wordt verleend. Dat wil zeggen dat het indienen van een bezwaarschrift in beginsel betekent dat de belastingaanslag geheel betaald moet worden.

5. Ik moet binnen zes weken bezwaar maken. Wanneer begint deze termijn te lopen?

De termijn loopt vanaf de eerste dag na dagtekening van de WOZ-beschikking. Een uitzondering geldt voor de beschikking die pas wordt ontvangen na de dagtekening. Dit kan blijken uit het poststempel. In een dergelijke situatie geldt de datum van ontvangst als aanvang van de termijn.

6. Wat gebeurt met de aanslag als mijn bezwaar gegrond wordt verklaard? Krijg ik geld terug?

In het algemeen geldt: indien een correctie wordt toegepast op de tenaamstelling of de waardevaststelling en de aanslag inmiddels is betaald, wordt het teveel betaalde terugbetaald. Hiervoor hoeft u geen actie te ondernemen; de gemeente regelt dit automatisch.

1. De gegevens worden ook gebruikt door Belastingdienst en waterschappen. Hoe komen zij aan de gegevens?

Tegelijk met de bekendmaking van de gegevens aan de burger via de WOZ-beschikking, worden de gegevens verstrekt aan de Belastingdienst en de waterschappen. Dit is een plicht die voortvloeit uit de Wet WOZ. De gemeente is de instantie die de waardevaststelling voor haar rekening neemt. Alleen zij kan dan ook die gegevens verstrekken aan de overige gebruikers.

2. Ik ben sinds kort eigenaar/gebruiker van het pand. Ik ben het niet eens met de waarde die aan de vorige eigenaar/gebruiker bekend is gemaakt. Wat nu?

Elk jaar zendt de gemeente iedere eigenaar en in het geval van een niet-woning ook aan iedere gebruiker die op 1 januari van het belastingjaar geregistreerd stond als eigenaar en/of gebruiker, een WOZ-beschikking. Deze betreft de waarde op 1 januari aan het begin van het tijdvak. Bent u pas na die datum eigenaar of gebruiker geworden? Dan kunt u verzoeken om toezending van een 'WOZ-beschikking op verzoek'. Vervolgens staat de reguliere weg voor deze nieuwe eigenaar/gebruiker open: opvragen taxatieverslag en het traject van bezwaar en beroep.

3. Is de gegevensverstrekking niet in strijd met de privacyregelgeving?

Bij privacywetgeving is een zorgvuldige belangenafweging van belang. Aan de ene kant heeft de belanghebbende recht op openheid van informatie. Aan de andere kant beschermen we de privacy van de personen waarop de gegevens betrekking hebben. Daarom houden de betrokken partijen rekening met de privacyregelgeving.

De medewerkers van de Belastingdienst en de waterschappen hebben een geheimhoudingsplicht en de gegevens worden alleen gebruikt voor de belastingheffing. Andere burgers kunnen niet zomaar de beschikking krijgen over gegevens van woningen waarvan ze geen gebruiker of eigenaar zijn. Een taxatieverslag bijvoorbeeld wordt in beginsel alleen verstrekt aan degene die van het betreffende pand ook een WOZ-beschikking ontvangt.

4. Kan ik een kopie krijgen van de aanslag/beschikking van een object van een derde?

Nee, dit is niet mogelijk. De WOZ-beschikking wordt toegezonden aan de eigenaar en de gebruiker van een onroerende zaak. Derden krijgen geen inzicht in deze gegevens. Wat wel mogelijk is, is de verstrekking van een (nieuwe) WOZ-beschikking aan andere belanghebbenden. Het is immers mogelijk dat één onroerende zaak meerdere eigenaren heeft. Op grond van gemeentelijk beleid is aan één van de eigenaren de aanslag/beschikking toegezonden. Ook de overige eigenaren kunnen om een aanslag-/beschikking verzoeken. In dat geval is echter geen sprake van (een kopie van) een aanslag/beschikking van een object van een derde, maar van een eigen object.

5. Kan ik een kopie krijgen van het taxatieverslag van het object van een derde?

Nee, dit is niet mogelijk. In de Wet WOZ staat duidelijk vermeld dat uitsluitend aan "degene te wiens aanzien een beschikking is genomen", op verzoek een afschrift wordt verstrekt van de gegevens die ten grondslag liggen aan de vastgestelde waarde.

6. Kunt u mij uitgebreidere gegevens verstrekken over de onderbouwing van de waardevaststelling?

In eerste instantie kan iedere ontvanger van een WOZ-beschikking een nadere onderbouwing van de waardevaststelling krijgen in de vorm van een taxatieverslag. Uit dit taxatieverslag blijkt welke objectgegevens en marktgegevens ten grondslag hebben gelegen aan de taxatie.

7. Mijn huishouden bestaat uit meerdere personen. Waarom krijg ik de beschikking?

In beginsel wordt een aanslag/beschikking naar één gebruiker en één eigenaar gezonden. Bij sommige objecten horen echter meerdere gebruikers of meerdere eigenaren. In dat geval moet de gemeente een keuze maken, volgens het beleid dat zij heeft vastgelegd. Een aanslag OZB wordt ook maar aan één eigenaar en in het geval van een niet-woning aan één gebruiker opgelegd.

8. Voor welke periode is de nieuwe WOZ-waarde geldig?

De WOZ-waarde wordt voor één kalenderjaar vastgesteld. De WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari 2015 geldt dus enkel voor het belastingjaar 2016.

9. Wat betekent de afkorting WOZ?

WOZ betekent waardering onroerende zaken en komt van de Wet WOZ. Deze wet bepaalt dat voor een aantal belastingen één dezelfde waarde van onroerende zaken wordt gebruikt. Het gaat hierbij onder meer om de inkomsten- en vermogensbelasting, de gemeentelijke onroerende-zaakbelastingen en de watersysteemheffing gebouwd die door de waterschappen wordt geheven. De gemeente is de instantie die de onroerende zaken taxeert voor de Wet WOZ.

10. Wat is een waardepeildatum?

De Wet WOZ wil de belastingheffing van onroerende zaken efficiënter en eenvoudiger maken. Om die reden is een landelijk uniforme waardepeildatum ingevoerd. De waarde van de onroerende zaak wordt vastgesteld alsof de taxatie plaats heeft gevonden op die datum. Het waardeniveau op die datum noemen we het prijspeil.

11. Wat zijn onroerende zaken?

Onroerende zaken omvatten gronden en alle daarmee verbonden bouwwerken. Voorbeelden van onroerende zaken zijn woningen, bedrijfspanden, bouwkavels en industrieterreinen. De gemeente mag belasting heffen over alle onroerende zaken binnen haar grenzen. Niet alleen eigenaren van deze onroerende zaken zijn belanghebbenden, ook de gebruikers van niet-woningen krijgen een aanslag/beschikking.

1. Bij mijn onroerende zaak is sprake van bodemverontreiniging. Wordt/is hier rekening mee gehouden?

Bodemverontreiniging is een factor die van invloed kan zijn op de waarde. Is daar naar uw mening geen rekening mee gehouden, dan kunt u een bezwaarschrift indienen.

2. Er is een waarde vastgesteld, maar ik heb geen taxateur gezien. Hoe kan dat?

Niet iedere woning wordt van binnen en van buiten bekeken. De woningen worden ingedeeld in groepen van vergelijkbare woningen. Eén of meerdere woningen worden vervolgens gebruikt als referentiepand. De waarde van een referentiepand geldt als uitgangspunt voor de waardebepaling van de overige woningen. Daarbij wordt gelet op verschillen ten opzichte van het referentiepand.

3. Hoe komt het dat het landelijke percentage van de waardeontwikkeling van woningen veel kleiner lijkt dan de prijsindex grafiek weergeeft?

Het landelijke percentage van de waardeontwikkeling is het percentage voor de gemiddelde stijging en daling van de WOZ-waarden van woningen. Op basis van dit percentage is bijvoorbeeld het eigenwoningforfait herberekend. Bij het berekenen van de WOZ-waarden wordt niet alleen gekeken naar verkoopprijzen op 1 januari. Ook de verkopen vóór januari en na januari worden meegewogen. Daarom kan de gemiddelde stijging danwel daling van de WOZ-waarde ook niet één op één vergeleken worden met de stijging van het indexcijfer. De gemiddelde waardeontwikkeling is het resultaat van ruim 7 miljoen woningtaxaties in ons land.

4. Hoe wordt de "gecorrigeerde vervangingswaarde" van een niet-woning bepaald?

In het algemeen gaat het om de investeringen die gedaan moeten worden voor een vervangend object, inclusief ondergrond. Op de vervangingswaarde worden correcties gedaan wegens technische veroudering en functionele veroudering. Deze correcties gelden alleen voor de opstal; niet voor de ondergrond.

Voor de bepaling van de gecorrigeerde vervangingswaarde wordt meestal gebruik gemaakt van de landelijke set van taxatiewijzers die zijn opgesteld in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

5. Hoe wordt de "waarde in het economische verkeer" van een niet-woning bepaald?

De waarde in het economische verkeer van een niet-woning kan op drie manieren bepaald worden:

  • huurwaardekapitalisatiemethode;
  • vergelijkingsmethode;
  • de discounted-cash-flow-methode.
6. Hoe wordt de waarde van een niet-woning bepaald?

De waarde van niet-woningen wordt bepaald op de waarde in het economische verkeer of op de gecorrigeerde vervangingswaarde. De hoogste van deze twee is bepalend. Het is echter niet nodig voor alle niet-woningen de waarde via beide methoden te bepalen. Enkel bij niet-courante (moeilijk verkoopbare) objecten, zoals scholen en ziekenhuizen, zal de gecorrigeerde vervangingswaarde hoger zijn dan de waarde in het economische verkeer.

7. Hoe wordt de waarde van een woning bepaald?

De waarde van een woning wordt altijd bepaald aan de hand van de waarde in het economische verkeer. Dit is "de waarde die aan de onroerende zaak kan worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen".

In beginsel wordt gebruik gemaakt van een vergelijkingsmethode. De meest gebruikte methode is die van een groep in combinatie met één of meer referentiepanden. De woningen worden in groepen van vergelijkbare woningen ingedeeld. De waarde van het referentiepand dient als uitgangspunt voor de waardebepaling van de overige woningen uit de groep. Dit proces kan geautomatiseerd plaatsvinden.

8. Ik ben als vruchtgebruiker aangeslagen voor de volledige waarde. Is dit terecht?

Ja, dit is terecht. Bij de waardebepaling van een object gaan we ervan uit dat "de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen".

In beginsel wordt dus geen rekening gehouden met op een onroerende zaak rustende waardedrukkende rechten.

9. Mijn buurman heeft eenzelfde soort woning, maar die is vastgesteld op een aanzienlijk lagere waarde.

De waardebepaling van woningen gaat als volgt.
Eerst worden de woningen ingedeeld in groepen van vergelijkbare woningen. Uit die groep wordt een woning aangewezen als referentiepand. Soms worden meerdere panden aangewezen als referentiepanden. Van een referentiepand wordt de waarde uitgebreid bepaald, onder meer met behulp van onderbouwende verkoopcijfers. De waarde van een huis in dezelfde groep wordt afgeleid van de waarde van het referentiepand. Hierbij houden we uiteraard rekening met de verschillen tussen uw woning en het referentiepand. Uiterlijke verschillen, uitgevoerde verbouwingen en tal van andere factoren kunnen invloed hebben op de waarde. Indien u meer informatie wenst over de opbouw van de waarde van uw woning, kunt u een taxatieverslag opvragen. Als u het niet eens bent met de waardevaststelling, kunt u een bezwaarschrift indienen.

10. Mijn nieuwbouwwoning is sinds midden vorig jaar klaar. Hoe is de waarde vastgesteld?

De waarde wordt vastgesteld naar het prijspeil van 1 januari 2015. Op basis van de Wet WOZ dienen ook verbouwingen of aanpassingen, die na de waardepeildatum 1 januari 2015 gerealiseerd zijn, in de waardering te worden betrokken. De woning dient te worden gewaardeerd in de toestand waarin de onroerende zaak zich op 1 januari 2016 bevindt, naar de waarde die het object op de waardepeildatum 1 januari 2015 zou hebben.

11. Wat houdt de "discounted-cash-flowmethode" in?

Deze methode kan gebruikt worden als onvoldoende marktgegevens bekend zijn. De waarde wordt vastgesteld aan de hand van binnen het bedrijf bekend zijnde gegevens. Alle toekomstige inkomsten en uitgaven met betrekking tot een onroerende zaak worden contant gemaakt naar de waardepeildatum.

12. Wat houdt de "huurwaardekapitalisatiemethode" in?

De waarde van een niet-woning wordt bepaald door de huurwaarde vermenigvuldigd met een kapitalisatiefactor. De kapitalisatiefactor wordt bepaald aan de hand van eerdere verkoopcijfers en de verzamelde gegevens over verhuurtransacties. De verkoopprijs wordt gedeeld door de huurwaarde. Om de huurwaarde te kennen, moet er een markt van verhuurtransacties voor het betreffende object zijn.

13. Wat houdt de "vergelijkingsmethode" in?

Een woning of een niet-woning wordt vergeleken met vergelijkbare objecten die rond de waardepeildatum zijn verkocht. Het is dan -uiteraard- noodzakelijk dat er voldoende verkoopcijfers voorhanden zijn. Ook moeten de objecten voldoende vergelijkbaar zijn.

1. Ik ben slechts gebruiker van de onroerende zaak. De vastgestelde waarde geldt ook voor de waterschapsysteemheffing gebouwd. Krijg ik nu ook een dergelijke aanslag?

Nee. De WOZ-beschikking wordt gezonden naar de gebruiker (van niet-woningen) en eigenaar van onroerende zaken. De gebruikers werden tot 2006 enkel in de belastingheffing betrokken via de gebruikersbelasting van de OZB. De eigenaren kunnen geconfronteerd worden met de eigenarenbelasting van de OZB, de waterschapsysteemheffing gebouwd, de inkomstenbelasting en de vermogensbelasting. Bedenk wel dat beperkt gerechtigden, zoals vruchtgebruikers, aangemerkt kunnen worden als zowel gebruiker en eigenaar.

2. Waarvoor dient de opbrengst van de OZB eigenlijk?

Deze dient om gemeentelijke voorzieningen op peil te houden en waar mogelijk zelfs te verbeteren. Uitgangspunt bij de onroerende-zaakbelastingen is een gelijkblijvende opbrengst (afgezien van een jaarlijkse inflatiecorrectie).

3. Wie bepaalt het tarief voor de OZB? Het tarief verschilt nogal per gemeente.

Het tarief wordt vastgesteld door de gemeenteraad en neergelegd in een gemeentelijke verordening. Het uitgangspunt voor de vaststelling van de tarieven is meestal een door de jaren heen ongeveer gelijkblijvende totaalopbrengst. Wanneer door de hertaxatie de gemiddelde waarde enorm is gestegen, zal dit een verlaging van de tarieven tot gevolg hebben.

1. Ik ben vorige week verhuisd, dus geen eigenaar/gebruiker meer. Kan ik de beschikking verscheuren?

De aanslag OZB blijft verschuldigd voor het gehele jaar. Omdat de belastingaanslag wordt gebaseerd op de WOZ-beschikking is het raadzaam om de beschikking niet te verscheuren. Ook voor de inkomsten- en vermogensbelasting kan de WOZ-beschikking zijn waarde behouden. Bij de aangifte Inkomstenbelasting voor 2016 zal tijdsevenredig het eigenwoningforfait op basis van de in de beschikking vermelde waarde moeten worden berekend.

2. Ik heb de onroerende zaak eind vorig jaar verkocht en toch krijg ik een beschikking. Hoe kan dat?

Uitgangspunt is de inschrijving in het kadaster. Heeft deze pas plaatsgevonden op bijvoorbeeld 2 januari van dit jaar, dan is de beschikking terecht verzonden. De aanslag OZB is zelfs voor het gehele jaar verschuldigd, aangezien de belanghebbende bij aanvang van het kalenderjaar eigenaar/gebruiker was. Als regel worden bij verkoop van een onroerende zaak de zakelijke lasten daarvan tussen partijen verrekend. Voor de verrekening van de aanslag OZB wordt slechts de belasting voor het eigenaarsgedeelte in aanmerking genomen. Of deze belasting is verrekend blijkt uit de afrekening van de notaris. Zo niet, dan kunt u dit op het notariskantoor navragen.

1. Er staat een waarde in de beschikking. Aan wie wordt deze verstrekt?

Tegelijk met de bekendmaking van de gegevens aan de burger via de WOZ-beschikking, worden de gegevens verstrekt aan de Belastingdienst en de waterschappen. Dit is een plicht die voortvloeit uit de Wet WOZ. De gemeente is de instantie die de waardevaststelling voor haar rekening neemt. Alleen zij kan dan ook die gegevens verstrekken aan de overige gebruikers.

2. Hoe vaak krijg ik een dergelijke beschikking?

De gecombineerde WOZ-beschikking en aanslagbiljet OZB worden jaarlijks verzonden. Voor de huidige WOZ-waarde gaan we uit van een uniforme peildatum 1 januari 2015 en een geldigheidsduur van 1 jaar. Dit betekent dat de volgende taxatieronde zal plaatsvinden naar waardepeildatum 1 januari 2016. De volgende beschikking met een nieuwe WOZ-waarde wordt verzonden in 2017.

3. Ik ben aangemerkt als eigenaar van een onroerende zaak. Dit betreft echter een bouwterrein. Is dit correct?

Ja, dit is correct. Voorheen bestond voor gemeenten de mogelijkheid om bouwkavels en bijvoorbeeld ook grasland buiten de OZB te houden. De Wet WOZ laat niet toe dat deze ongebouwde onroerende zaken buiten aanmerking blijven. Bij een onroerende zaak is altijd sprake van zowel een eigenaar als gebruiker. Wie als gebruiker wordt aangemerkt, hangt af van de omstandigheden.

Een voorbeeld: in opdracht van een particulier wordt door een aannemer een huis gebouwd. De particulier is dan de gebruiker. Bij de bouw van een nieuwe wijk, wordt meestal de aannemer als gebruiker van de bouwgrond aangemerkt. Dit onderscheid is uit de jurisprudentie naar voren gekomen.

4. Ik heb een beschikking ontvangen, maar ik ben alleen maar kamerbewoner. Is de aanslag juist?

Dat hangt er vanaf. Voor ieder WOZ-object zal de eigenaar en, bij een niet-woning, ook de gebruiker een WOZ-beschikking ontvangen. Er moet wel sprake zijn van een zelfstandig deel. Dit is bij kamerbewoning meestal niet het geval. U kunt dan een bezwaarschrift indienen zodat het een en ander kan worden onderzocht en eventueel aangepast.
Indien u als gebruiker van een woning of kamer een OZB-aanslag ontvangt is dit niet terecht. Sinds 2006 hoeft een gebruiker van een woning namelijk geen OZB meer te betalen. U dient dan bezwaar in te dienen zodat het kan worden aangepast.
Indien u huurder bent van een woning, of de hoogte van een andere gebruikersbelasting zoals rioolheffing is gebaseerd op de WOZ-waarde, is het wel terecht dat u een WOZ-beschikking ontvangt, mits er sprake is van een zelfstandig deel.

5. Ik heb een beschikking ontvangen. Het betreft echter een briefadres. Is dit terecht?

Bepalend voor de toezending van een beschikking is de status van eigenaar of gebruiker op 1 januari van dit jaar. Bij meerdere eigenaren en gebruikers wordt er, op basis van gemeentelijk beleid, een keuze gemaakt. U kunt tegen de aanmerking als eigenaar/gebruiker een bezwaarschrift indienen. Uit de praktijk is bekend dat wijziging mogelijk is, indien in het bevolkingsregister is aangetekend dat het gaat om een briefadres. Is deze aantekening er niet, dan is het gemeentelijk beleid beslissend. De burger moet dan zelf een regeling treffen met de andere (daadwerkelijke) eigenaar/gebruiker.

6. Ik krijg opeens een nieuwe WOZ-beschikking met een hogere waarde. Kan dat zomaar?

Het is mogelijk dat de gemeente een WOZ-beschikking heeft afgegeven met een waarde die niet juist is gebleken. De gemeente kan dan een zogenaamde herzieningsbeschikking afgeven. Hieraan zijn wel twee voorwaarden gesteld.

Er moet sprake zijn van een nieuw feit. Dit feit heeft de gemeente bij de eerste beschikking niet geweten of behoren te weten. Ook moet het voor de belanghebbende een duidelijk kenbare fout zijn geweest. De bevoegdheid tot het afgeven van een herzieningsbeschikking geldt tot 5 jaar terug. De herziening werkt terug tot aan het begin van het tijdvak.

7. Ik krijg zomaar een nieuwe WOZ-beschikking met een lagere waarde.

Het kan zijn dat de eigenaar van het pand, waarvan u huurder bent, bezwaar heeft aangetekend tegen de waarde. Als de waarde wordt verminderd, dan zal deze lagere waarde ook gelden voor al de overige eigenaren en gebruikers van de onroerende zaak. Dit geldt ook als die anderen geen bezwaar hebben aangetekend. Het is zelfs mogelijk dat de waarde van een onroerende zaak door de gemeente wordt verminderd als gevolg van de lagere vaststelling van de waarde van een vergelijkbaar pand.

Stel: een complex heeft 10 identieke appartementen. De waarde is bepaald op 100.000 euro. Er gaat slechts één eigenaar in bezwaar. De waarde wordt gecorrigeerd tot 70.000 euro. Het is mogelijk dat deze nieuwe waarde voor al de andere gebruikers en eigenaren van de appartementen gaat gelden. Bedenk wel dat het niet snel voor zal komen dat de waarde van een onroerende zaak met een dergelijk bedrag wordt bijgesteld.

8. Is de WOZ-beschikking nu tegelijk een belastingaanslag?

In de WOZ-beschikking wordt de waarde van de onroerende zaak vastgesteld. De aanslag/beschikking toont zowel de WOZ-beschikking als de OZB-aanslag. Sinds 1 januari 2005 staan deze op een gecombineerd biljet.

9. Wanneer worden de beschikkingen voor het nieuwe tijdvak verzonden?

Artikel 24 lid 1 Wet WOZ bepaalt dat de beschikking wordt genomen binnen acht weken na het begin van het tijdvak waarvoor zij geldt. Het tweede lid bepaalt al dat niet-naleving geen nietigheid van de beschikking met zich meebrengt. Het voorschrift moet worden gezien als een zogenoemde instructienorm aan de gemeente.

10. Wat is een WOZ-beschikking?

Een WOZ-beschikking is een officieel document van een bestuursorgaan. Het document geeft aan welk pand het betreft en welke waarde aan dit WOZ-object is toegekend. Ook staat vermeld van welke waardepeildatum is uitgegaan en de periode waarin deze waarde zal worden gehanteerd. Sinds 1 januari 2005 worden de WOZ-beschikking en het aanslagbiljet OZB gecombineerd tot één document.